Leuk, een nestje…

Hoe vaak hoor je het niet: “Oh, leuk – een nestje!” Ja, het is ook leuk. Totdat het niet zo voorspoedig loopt als de bedoeling is.

Sowieso: aan het fokken van een nestje gaat een heleboel voorbereiding vooraf. Helemaal als je geen eigen dekkater hebt. Dan moet je namelijk op zoek naar een andere fokker die a) een geschikte dekkater heeft die bij jouw poes past en b) die dan jou vervolgens een buitendekking wil/kan/mag geven. Kort samengevat, er zijn prachtige dekkaters in Nederland, maar dat wil niet zeggen dat die ook zo maar poezen van andere catteries mogen dekken.

In 2013 en 2014 mocht ik twee dekkingen afnemen van de prachtige en lieve Mian, maar hij werd gecastreerd om ook als castraat zijn successen op de shows te gaan waarmaken (en dat doet hij met verve!).
Dus ja… ga maar zoeken naar een kater die in zijn pootsporen kan treden. Uiteindelijk vond ik een kater die aan bijna al mijn wensen voldeed, alleen… hij woonde in Duitsland.

Dus op een goede dag installeerde ik manlief met een kom koffie voor de TV. Voetbal aan. Koek erbij. Even de juiste ambiance creëren…
“Schat, ik heb een dekkater gevonden die me aanspreekt en die qua lijnen ook bij Meepy past.”
“Hm.”
Dat gaf hoop!
“Het is iets verder rijden, dan de vorige keer.”
“Hm. Waar dan?”
“Nou, eh… Keulen. In Duitsland.”
Stilte.
“Keulen?”
“Ja.”
“In Duitsland?”
“Ja.”
Stilte.
“Misschien dat je in de rust even op de pc kunt kijken? Ik heb foto’s.”
“Hm.”

Nou ja, eind van het verhaal: wij togen eind april met onze Magnificent Meepy op de achterbank richting Duitsland. Het eerste kwartier onder luid protest van het poezedametje, maar de rest van de tijd toch in stilte. Die ‘rest’ duurde dankzij wegwerkzaamheden nog zo’n vijf-en-een-kwart uur.
We werden hartelijk ontvangen door familie Klein en Meepy mocht met John Wayne kennismaken. En ze testte ook meteen maar even de kattenbak op waterdichtheid. Ze voelde zich thuis in het schone kamertje en met een gerust gevoel togen we weer huiswaarts.
Ook de terugreis zaten we een ruime zes uur in de auto.
En dit hele proces herhaalde zich vier dagen later, toen we Meepy weer konden ophalen…
Ja, je moet wat over hebben voor een nestje, nietwaar :)?

Het wachten begon. Was Meepy zwanger? Ja! Roze tepeltjes in zicht! En het verliep voorspoedig, tot circa twee weken voor het einde van de zwangerschap. Meepy at slecht, wat ik haar ook voorschotelde. Ze groeide eerst goed; ik kreeg zelfs even het idee dat er wel eens 4 kittens in konden zitten! Maar dat bleef ook stil staan; juist toen ze echt moest gaan groeien, gebeurde er niks meer. Toen ze aan haar tijd zat, zag ze er nog net zo uit als 3 weken daarvoor. Afwachten maar.
Inmiddels gingen we er vanuit dat er zeker geen 4, misschien 3, maar waarschijnlijk slechts 2 of 1 kitten in zou zitten.

Het werd 3 juli. Voorthuizen ging gebukt onder de zwaarste onweersbui die we hier ooit hadden meegemaakt. Het huis trilde. In de straat sloeg zelfs de bliksem in. Het was niet normaal, zo ging het tekeer. Ook de dieren waren angstig, terwijl die doorgaans toch rustig blijven met een onweersbuitje. Dit was geen buitje. Toen om 24.00 uur eindelijk de boel weer rustig werd en we naar bed zouden gaan, kwam Meepy me halen. Ik wist meteen hoe laat het was. Ze ging me voor naar de kist, ging liggen en ik mocht niet meer weg. Maar goed. Compromis gesloten. Met Meepy  in mijn kielzog een kinderstoeltje gepakt – dat zit wat makkelijker dan op de grond, alle spulletjes voor de bevalling uitgestald op de salontafel en afwachten maar…

Vermoedelijke drol
Het zou nog een paar uur duren voordat ze echt weeën zou krijgen. Uiteindelijk kreeg ze een perswee. En nog één. En ze begon te likken. Ik dacht dat ze ontlasting aan het oplikken was, dus ik pak snel een stuk keukenrol om de vermoedelijke drol uit de kist te verwijderen. Maar… het was een kitten! Snel de camera pakken om het moment vast te leggen op film.

Zo klein, zó klein…
Ik hielp met het navelstrengetje en liet Meepy het jong droog likken. Toen ik mijn kans zag, legde ik het in de weegschaal. Nog net geen 46 gram! Hij was zo klein en mager. Het leek wel een muis! Dus ja – hij had meteen een naam… Hoe klein hij ook was, hij dronk goed en leek sterk. Meepy was er wijs mee. En ik ook natuurlijk. Een mooi marble mannetje.

Nu wachten op de volgende. En die kwam niet. Meepy ging slapen, was tevreden. Ik dacht: dit is ‘m dan. Ons ene kitten. Helaas voor ons weer geen poes, maar dat maakte de trotse Meepy niks uit. En voor mij eigenlijk ook niet. Ik was blij met een levend jong, dat lekker dronk – hoe klein hij ook was. Om half vier ging ik naar bed.

Weg poes!
De volgende ochtend was het nest leeg. Meepy had het ‘magnificent’ plan opgevat om haar jong te verplaatsen naar onder het hoekkastje en het beestje op de ijskoude plavuizen gelegd. Muis was helemaal koud – té koud. Ook was het nieuwe nest niet heel ruim bemeten, zo’n 10 centimeter hoog. Eerst nog een poging ondernomen Meepy en kitten weer terug te verhuizen naar de kist, maar ze greep het jong en stoof in één streep weer onder de kast.

Tja, we weten het allemaal: moeders wil is wet. Weer kijken of een compromis mogelijk was. Kast leeg getrokken. Kartonnetje voor de opening. Dekentje erin. Kruik erbij. Meepy erin. Jonkie erbij. En… het was goed.

Nummer 2
Rond de klok van drie uur kwam ze me opeens weer halen. Ik zeg tegen Rik: ‘Ga maar met Marlies ergens heen, er komt nog een kitten aan’. En een uur later was het zover. Een wit pootje. En een staartje. Een stuitligging… De achterpootjes werden geboren. En toen… meende Meepy dat ze klaar was. Ze ging liggen en waste haar eerste jong. De witte pootjes en het staartje gingen wild tekeer. Ik zat al met mijn rulle washand in de aanslag en besloot zachtjes te helpen. Niks. Meepy deed he-le-maal niks. En toen hingen de pootjes opeens slap.
De boeken zeggen: nooit trekken! Maar wat moet je? Ik dacht: ‘Die gaat me dood!!’ Dus ik trok. Zo hard als ik dacht dat nog goed ging. Maar hij zat vast. Zo vast. En zijn lijfje was zacht en nat en glibberig. En Meepy draaide van me weg. Ik kreeg toch grip op de heupjes en trok harder. Het buikje kwam eruit. Toen kon ik hem beter pakken, met mijn hele hand om het lijfje heen. Ik trok, Meepy krijste. Ik had de schouders eruit. Het hoofdje zat nog klem. Ik trok nogmaals en hij ‘plopte’ er echt uit. Ik dacht dat hij dood was. Maar de eerste bevalling was ook al zo verlopen bij het tweede kitten. Dus toch wrijven, wrijven. Uitzuigen. Weer wrijven. Nog maar een beetje uitzuigen. En toen een klein piepje.
Hoe BLIJ je dan bent… lastig te omschrijven. Maar ik was HEEL blij. Er zat in ieder geval leven in! Ik wreef nog even goed door en toen kwam Meepy eens kijken wat ik aan het doen was en heb ik de kitten overgedragen aan haar. Ze ging direct aan het wassen en het kleintje kwam snel bij en was vlot!

Weer een katertje
Eens even het staartje opgetild, maar nee… geen poesje. Een katertje. Ok, een lichte teleurstelling, maar het mocht de pret niet drukken. Hij deed het goed. De kleine Muis deed het ook goed. Meepy was tevreden in haar kast. Ze had genoeg melk en zorgde goed voor ze. We sloten de woonkamer hermetisch af voor alle andere dieren en ze had rustig de kamer voor haarzelf en haar kindjes. We zorgden er regelmatig voor dat Muis extra werd aangelegd en hij groeide netjes een paar gram per dag. Tot 6 juli…

Geen melk
Helaas at Meepy zelf nog steeds slecht. Het wilde gewoon niet. Maar ik dacht ‘ze zal het zelf wel aanvoelen’. Niet dus. Opeens: mauwende kittens. Kachel wat warmer. Kruikje erbij. Kou is dan waar je in eerste instantie aan denkt. Maar het ging niet over. Een uur later keek ik weer in het nest en vond de jonkies er heel stil bijliggen. Foute boel. Ik pakte een velletje op van de sneeuw, die bleef rechtop staan. Muis lag er meer dood dan levend bij. Hij had geen kracht meer om zijn kopje op te tillen. Zijn bekje stond open en hij ademde zwaar. Ongelofelijk hoe snel dat kan gaan… Ik keek dus toen pas naar de tepels van Meepy. Die waren weg. Plat. Foetsie. Ik probeerde er wat melk uit te knijpen. Niks.

Gelukkig was het overdag en door de weeks. Rik ging direct op pad met een boodschappenlijst. Kunstmelk. Insulinespuitjes zonder naald. Slangetjes van een fietsventieltje. Een uur later was hij terug en ben ik meteen begonnen met bijvoeden.
Ondertussen had ik de DA gebeld en kon meteen tussendoor met Meepy onder de röntgen komen. Geen kittens meer. Geen afval. Dus ok.  Oxitocyne spuitje gehad – moest de melkgift op gang brengen. Leek inderdaad even te werken, tepeltjes werden weer roder en de kittens dronken allebei enthousiast, voor zover ze daar nog de energie konden opbrengen. Maar het leek goed te gaan…

Weer mis
Toch ’s avonds: weer knerpende, kermende kittens. Amper melk, als ik in een tepeltje kneep, kreeg ik er met pijn en moeite twee minimale stipjes melk uit… Meteen weer overgegaan op de kunstvoeding, maar ik was ze ’s nachts om 12 uur ’s bijna allebei kwijt. Compleet uitgedroogd. Die kleine was toen dus al weer teruggevallen van een veilige 56 gram naar een griezelige 48 gram…

De sneeuw weigerde het spuitje, maar die kon ik vrij makkelijk om de tuin leiden door hem aan te leggen en dan het slangetje van het fietsventieltje tussen tepel en mondhoek te wringen en het spuitje vervolgens heel langzaam leeg te drukken als hij druk aan het zuigen was. Dus het was bij hem wat gedoe, maar het ging wel goed. En omdat hij natuurlijk hartstikke goor was na zo’n voerbeurt, was Meepy ook weer druk met wassen. Dus dat ging wel.

Maar Muis was echt zwak. Druppeltjes kreeg ik naar binnen. En je mag niet even het spuitje leegdrukken, want dan pomp je vrolijk de longetjes vol en gaat het beestje alsnog dood. Dus enkel wanneer hij een slikbeweging maakte liet ik één klein drupje in het bekje lopen.
Rik kwam om twee uur ’s nachts kijken en zei: ‘Concentreer je maar op die sneeuw, die kleine gaat het niet redden.’
En zo zag het eruit, inderdaad. Ik was kapot en het lukte maar niet met het spuitje en die kleine… Het huilen stond me nader dan het lachen. Muis lag op zijn zij te kermen en bewoog niet meer, zo zielig. “Geef die sneeuw nog maar een doses en dan kom je even slapen,” zei Rik. Zo gezegd, zo gedaan. Maar ik kon de slaap niet vatten, wetende dat dat kleintje daar zo lag. Dus na twintig minuten ging ik mijn bed weer uit.
“Ik probeer het nog één keer,” zei ik.
“Dat heeft geen zin, hij gaat dood,” was het antwoord.

Ik jankend naar beneden, wéér melk maken, wéér het spuitje vullen, wéér het hittepitje warm maken om op schoot te leggen en het washandje warm maken om hem mee toe te dekken tijdens het drinken. Ik pakte het frummeltje uit het nest en zijn kopje bleef hangen. Hij leefde nog wel. Ik legde hem op schoot, pakte zijn kopje, deed het slangetje in zijn bekje en hij dronk. Hij dronk! Hij dronk in één teug het hele spuitje leeg! Wel 0,2 milliliter! WAUW! En toen nog een half spuitje!
Ik spoot wat melk over zijn heerlijk gevulde buikje en achterste en legde hem bij Meepy neer, die direct aan een grondige wasbeurt begon. Arme Muis werd het hele nest doorgeschoven. Maar hij had gedronken!

Ik ging naar boven om verslag uit te brengen en de eindconclusie mee te delen: ‘….Dus Muis gaat er weer voor, dus ik ga beneden slapen. Dan kan ik ieder uur voeden en het horen als hij piept.” Manlief was niet te beroerd en wilde bovenal zelf slapen, dus installeerde hij een matras voor mij naast het nest. Ik zou er uiteindelijk een week liggen. En een week zou ik amper slapen. Maar Muis krabbelde grammetje voor grammetje weer uit dat diepe dal omhoog en de sneeuw deed het ook goed.

Doordat de sneeuw wel bij Meepy bleef zuigen, kwam  na een paar dagen toch de melkgift weer op gang. Muis bleef ik bijvoeden en ook de sneeuw kreeg af en toe een spuitje. Het ging goed, totdat ik merkte dat ze wel hele dikke buikjes kregen. Muis haalde nog steeds moeilijk adem. Om een lang verhaal kort te maken: de kittens zaten verstopt.

Ik kreeg veel tips van fokkers op het fokkersforum en daar ben ik tot op de dag vandaag nog ZO dankbaar voor! Mede dankzij hun tips heeft Muis het gered!

Onder andere: paraffine olie ingeven, aan twee kanten. De achterkant deed ik met een infuusnaald, zonder de naald. Dus alleen met het flexibele slangetje. Dat gaat super – is heel klein en schuif je zo het kleine poepertje in. Toen dit na een aantal dagen nog geen poep gaf, een miniscuul beetje Microlax gegeven. En daar kwam de stront… Ladingen stront. Zachte gele derrie. Mijn arme mannetjes… Ik heb ze uiteindelijk twee keer met Microlax gelaxeerd en daarna nog wel even met paraffine doorgegaan. En vanaf dat moment ging het langzaam maar zeker steeds beter met ze.

Op het moment dat ik dit schrijf, zijn de mannetjes ruim 9 weken oud. Je merkt niks meer aan ze. Kleine Muis bleek flatchested te zijn, vandaar zijn benauwdheid. Bij hem waarschijnlijk het gevolg van te slecht eten van Meepy tijdens de dracht en het wegvallen van de melkgift. Daarna is de ellende begonnen met hem. Maar hij gaat super en zijn ribben worden steeds mooier van vorm. Hij is niet langer kortademig op dit moment, dus ik heb goede hoop!

Ook de sneeuw, die wij de naam Jester hebben gegeven, hebben we nog een keer onder de röntgen gehad, want meneer had opeens een ‘punt’ links bij zijn ribben. Gelukkig was er met de ribben zelf niks aan de hand, wel was er een onregelmatigheid te zien op een lastig te definiëren plek. Zelfs met een naaldje bij de punt was het nog vaag om de punt nu daadwerkelijk op de röntgen op te zoeken.

De dierenarts vermoedt dat hij zich op enig moment heeft bezeerd en dat de punt, die ook hard aanvoelt, het gevolg is van een botvliesontsteking. Het zou moeten overgaan naarmate hij groeit, is de verwachting. Hoe dan ook: niks erfelijks en geen flatchested ribben bij de sneeuw. Ook het hartje is helemaal opgemeten en zag er mooi uit. Dus…. we hebben besloten…. de sneeuw blijft bij ons als dekkater – als te zijner tijd alle testen goed zijn!

En Muis? Tja. Die blijft gewoon ook. Want Jester heeft wellicht een maatje nodig als hij eventueel naar het katerverblijf moet verhuizen. En wie is een beter maatje dan zijn broer?

Filmpje op Youtube van de geboorte van de kittens:

Op mijn Youtube kanaal (sde) staan nog meer filmpjes van dit nestje!